VROEGE ZWITSERSE POLSHORLOGES
door Koen Vermeij en Leo van Rijn
Onderstaand artikel is geschreven door Koen Vermeij & Leo van Rijn. Het is een vertaling en bewerking van enkele hoofdstukken uit hun boek over de vroege Zwitserse polshorloges: Early Swiss Wristwatches and their Manufacturers 1910-1930 dat in 2013 verscheen en inmiddels aan een derde druk toe is.

HET BEGIN
We weten dat de eerste ambachtelijke Zwitserse horlogemakers - veelal gevluchte Franse Hugenoten - zich omstreeks het midden van de 16e eeuw in Genève vestigden. Daarvandaan trokken ze naar het noorden van Zwitserland. Er wordt aangenomen dat de eerste horlogemakerswerkplaatsen in de Vallée de Joux om en nabij 1740 ontstonden. Dit dunbevolkte, 1000 m boven de zeespiegel gelegen, gebied was ’s winters vrijwel geïsoleerd van de rest van de wereld.

Vóór de industrialisatie woonden in deze streek voornamelijk boeren die tijdens de wintermaanden, wanneer het land met sneeuw bedekt was en het vee op stal stond, niet veel meer om handen hadden dan wat onderhoud plegen aan hun boerderijen en zich bezig houden met houtsnijwerk en metaal- en leerbewerking.

Rechts:
La Ferme des Brandt, La Chaux-de-Fonds.

Deze vaardigheden bleken nuttig bij het maken van onderdelen voor de horlogemakers, van wie het aantal snel toenam. De lokale boeren maakten onder meer wijzerplaten, kasten, bruggen, kloven, tandwielen, veertonnen en pallen voor zakhorloges. Zij waren in- ventief en maakten gereedschappen om het werk gemakkelijker te maken en zo de productie te verhogen. Bovendien konden ze lange dagen werken en werden vrouwen en kinderen bij het werk betrokken. Ze werden goedkope, betrouwbare en zeer gewaardeerde leveranciers van onderdelen voor de horlogemakers. Deze voorzagen hen op hun beurt van een zeer welkome extra bron van inkomsten. In de huidige economie zouden we van een win-win situatie voor boeren en horlogemakers spreken.

NAAR MACHINAAL PRODUCEREN
Vandaag de dag beseffen we nauwelijks dat rond het jaar 1750 de meeste onderdelen voor horloges nauwgezet met de hand gemaakt werden, wat tijdrovend werk was. Dikwijls waren de daarmee gemaakte horloges mooie, gecompliceerde stukken die zo kostbaar waren dat ze alleen door de rijke bovenlaag, de adel, bankiers en kooplieden konden worden aangeschaft. Aan het eind van de 18e eeuw was er een aanzienlijke vooruitgang geboekt in de ontwikkeling van gereedschappen voor een efficiënte en precieze productie van uurwerkonderdelen. Het gevolg was dat de kleinschalige boerenproductie uitgroeide tot omvangrijke pre-industriële fabricage in werkplaatsen. Verdere ontwikkelingen in efficiency, innovatie en standaardisatie maakten een nog grotere uurwerkproductie mogelijk. Zakhorloges konden daardoor aanzienlijk goedkoper worden. Om aan de steeds toenemende vraag te voldoen werd de focus verlegd naar low-cost zakhorloges zonder complicaties met slechts twee wijzers en een sleutel-wijzerverzet en -opwinding.

Aanvankelijk betrof de productie vooral horloges met spillegang-uurwerken. Vanaf circa 1835 werden uurwerken met de goedkoper te produceren en beter presterende cilinder-echappementen gewild. Nog weer later groeide de populariteit van de meer betrouwbare en nauwkeurige ankeruurwerken.

VOORLOPERS
Vanwege het feit dat vrouwen sieraden dragen, zien we de eerste polshorloges dan ook aan hún pols verschijnen. Naast tasjes- en ceintuurhorloges waren vrouwen gewend armbanden te dragen. Dat daarin een klein uurwerk werd aangebracht betekende voor hen geen grote verandering. Het voordeel was dat ze nu van hun pols de tijd konden aflezen. Het moge duidelijk zijn dat we het hier over bemiddelde personen hebben. De truc met het ‘verstopte’ horloge lukte ook met broches, lorgnetdoosjes, beursjes en zelfs met ringen.

Hoewel we rond 1880 nog een halve eeuw verwijderd zijn van de algemene acceptatie van het polshorloge, zien we toch hier en daar voorbeelden van polshorloges verschijnen: Girard- Perregaux levert de eerste in serie vervaardigde polshorloges aan zee-officieren, die ze met een ketting om hun pols droegen In 1886 worden leren horlogebanden verkocht waar een zakhorloge in past. Er rouleert een verhaal over de oorsprong van het polshorloge dat luidt als volgt: Een vrouw die in een park op een bank zat was bezig haar kind te voeden. Teneinde de tijd in de gaten te houden had ze haar zakhorloge met een band rond haar arm gewikkeld. Een voorbijganger werd getroffen door deze simpele oplossing voor tijdsobservatie. Thuis soldeerde hij twee beugeltjes aan een klein zakhorloge, trok er een leren riempje doorheen en bond het horloge om zijn pols. Het is misschien zo gegaan, en elders misschien weer een beetje anders. In ieder geval zat het polshorloge ‘in de lucht’.

DE VERANDERING
Na 1910 verloor het polshorloge de status van sieraad. Vanaf dat moment werd het een belangrijk onderdeel van de productiecapaciteit van Zwitserse horlogewerkplaatsen en fabrieken. Dit was duidelijk te zien op de Swiss National Exhibition in Bern in 1914. Datzelfde jaar werd aanzienlijke vooruitgang geboekt met de betrouwbaarheid van (kleine) kalibers. Rolex maakte een 25- mm kaliber dat door het Kew Observatorium het predicaat ‘Chronometer’ werd verleend.

Links:
een aan een zakhorloge gesoldeerde bandaanzet.

Vanuit het vrouwen-perspectief: het armbandhorloge
Zoals we al zagen waren modieuze dames de eersten die het nieuwe type horloge ‘omarmden’. Snelle modeveranderingen brachten met zich mee dat kettingen en broches niet meer pasten bij hun eigentijdse kleding. Een neutraal polshorloge kon dit ondervangen. Vanaf dat moment produceerden allerlei firma’s leren of metalen banden - geen sierarmbanden dus - waarin een klein zakhorloge kon worden bevestigd. Een andere reden voor de opkomst van het polshorloge voor dames was de ontdekking door velen van hen dat een polshorloge erg handig was bij de uitoefening van hun beroep. Meer en meer meisjes en vrouwen gingen in de verpleging, het onderwijs of als secretaresse werken. Op deze wijze werd het polshorloge voor vrouwen na 1910 een tamelijk normaal verschijnsel.

Hierboven een klein zakhorloge aan band met verend klemsysteem.

Vanuit het mannen-perspectief: het polshorloge
Tegelijk met het polshorloge voor dames won langzamerhand ook het herenpolshorloge terrein. Helaas was de aanleiding voor de grote doorbraak een wereldomspannende ramp: de Eerste Wereldoorlog. Tijdens die oorlog, die zich voor een belangrijk deel in loopgraven afspeelde, was het voor de officieren noodzakelijk om snel een blik op het horloge te kunnen werpen. Het was belangrijk dat verschillende legeronderdelen op exact hetzelfde tijdstip hun acties uitvoerden. Zakhorloges bleken daarbij onpraktisch. Ze bleken kwetsbaar in die omgeving ze gingen kapot onder de extreem gewelddadige omstandigheden of raakten verloren in de modder van de loopgraven. Het leger zorgde er daarom voor dat hun officieren werden voorzien van praktische, betrouwbare, dikwijls anonieme polshorloges. De ontwikkeling van lichtgevend materiaal, waardoor ook ’s nachts de tijd afgelezen kon worden, vergrootte de bruikbaarheid van het polshorloge.

Door de Engelse troepen werden deze uurwerken vanwege het gebruik op de plaats van handeling trench watches (loopgraafhorloges) genoemd.

Hier een Trendwatch met leren beschermkap.

Een jubileumuitgave van de Zwitserse horloge-industrie schreef nogal cynisch: voor de verspreiding van het polshorloge zou er geen betere situatie te bedenken geweest zijn dan deze oorlog (waar Zwitserland keurig buiten gebleven was!).

Toen de oorlog voorbij was bleef de populariteit van het polshorloge voortduren. Er waren inmiddels andere categorieën gebruikers ontstaan: die van sportbeoefenaars en die van automobilisten. Achter het stuur was een zakhorloge uitermate onpraktisch.

TEGENBEWEGING
Toch was niet iedereen overtuigd. Met name horlogeherstellers hadden grote bezwaren. Zij vonden de polshorloges te fragiel. In plaats van stevige 18-lijnswerken in solide kasten, gedragen op een veilige plaats in een vestzakje, werden er petieterige 13-lijns werkjes gebruikt in kastjes die niet stofdicht en al helemaal niet waterdicht waren en bovendien onderhevig waren aan beweging en schokken van de pols. Zij vreesden vele reparaties en een geringe levensduur. Velen dachten daardoor ook dat het polshorloge wel een trend van voorbijgaande aard zou zijn.
Een horlogemaker, Bruno Hillmann, schreef: …met de toenemende vermannelijking van de vrouw zal spoedig het uur van de bevrijding van de tirannie van het polshorloge voor de horlogemaker zijn aangebroken, omdat de vrouw de weg naar het kleine zakhorloge ongetwijfeld zal terugvinden.

De klassieke horloge-industrie reageerde op deze nieuwe trend door met slankere zakhorloges op de markt te komen, vaak ook elegant afgewerkt, of in andere vormen dan rond. Deze lichtere uurwerken werden niet met een ketting in de vestzak gedragen, maar met een leren riempje (châtelaine) aan het revers bevestigd.

Een ander type horloge dat werd geïntroduceerd als reactie op het polshorloge was de ‘Ermeto’ door Movado. Een kokertje in twee delen waarin een horloge huisde. Door het uiteentrekken van de delen van het kokertje werd het horloge zichtbaar en tevens opgewonden. Het was een uniseks-horloge. Je kon de Ermeto in je broekzak dragen of in je handtas.
Ondanks deze pogingen de opmars van het polshorloge te stuiten werd in 1936 het punt bereikt dat er evenveel zak- als polshorloges werden geproduceerd.

VERDERE ONTWIKKELINGEN
De eerste polshorloges waren rond, maar al snel begon de horlogeindustrie nieuwe vormen te ontwikkelen. Een beroemd voorbeeld is de ‘Tank’ van Cartier, die nog altijd bestaat. De fantasie kende geen grenzen: kasten in de meest wilde en grillige vormen, tot en met miniatuur-grilles van auto’s. Ook waren rechthoekige kasten die met de ronding van de pols meeliepen populair, de beroemdste daarvan was de Movado Polyplan. Tenslotte werd ook gewerkt aan water- en stofdichte kasten, daarvan is de Oyster van Rolex het bekendste voorbeeld. Nu was het polshorloge ‘volwassen’ en klaar om de wereld te veroveren.

Hieronder een Cartier Tank, nieuwe vormgeving van kasten, de Movado Polyplan en een Rolex Oyster.